Schrijf je in voor de schrijfcursus onder leiding van Yvonne Kroonenberg
Ga naar de speciale website

Page content

article content

Tips voor het schrijven van een boek

25 tips voor iedere auteur die een boek wil schrijven en uitgeven!

Aan het schrijven van een boek is geen leeftijd gebonden. Er zijn kinderen die op hun tiende al met een fraai werk op de proppen komen en er zijn mensen die zich hebben voorgenomen aan een manuscript te beginnen als zij eenmaal gepensioneerd zijn. Tien jaar of zeventig jaar, het maakt niet uit. Het Grote Werk zit in je hoofd. Nu moet het er alleen nog uit… En dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Onze tips voor het schrijven van een boek helpen je zeker verder – ze zullen vast niet allemaal op jou van toepassing zijn, maar er zullen ongetwijfeld ook adviezen bij zitten waar je iets aan hebt.

Schrijftip 1: Het bepalen van je onderwerp.

Het zal iedereen duidelijk zijn dat er een groot verschil bestaat tussen het schrijven van een streekroman en een detective. Iemand kan ook hebben besloten een waargebeurd moment uit de geschiedenis uit te spitten of een werk te maken dat helemaal gaat over de wederwaardigheden van de eigen familie. Een chirurg kan er plezier in hebben zijn ervaringen in het ziekenhuis eens op te schrijven, een vertegenwoordiger kan een boek maken dat vol staat met beschrijvingen van heel bijzondere ontmoetingen met klanten van over de hele wereld.

Het is van belang om je idee onder te brengen in een bestaande categorie. Thriller, sciencefiction lectuur, non-fiction, literatuur, noem maar op: als je boek wordt uitgegeven, moet het een plaats kunnen krijgen.

Maar wat vooral belangrijk is: je geeft je werk een kader. Dik omlijnd geef je voor jezelf aan waar je aan wilt beginnen. Je gaat een western schrijven en dus geen gedichtenbundel. Je gaat een horrorverhaal maken en dus geen verhandeling over Europese zoogdieren…

Schrijftip 2: Weet wat er al is geschreven!

Uit de eerste schrijftip volgt automatisch de tweede. Nu je voor jezelf hebt uitgemaakt in welk genre je je wilt gaan bekwamen, is het heel belangrijk te weten wie je Grote Voorgangers zijn geweest. Met andere woorden: koop of leen boeken in jouw genre en ontdek wat de bestseller auteurs allemaal hebben gedaan. Waarbij het niet de bedoeling is dat je je favoriete auteur gaat imiteren. Want als er één ding is dat een echte schrijver goed, belangrijk en geloofwaardig maakt, is het zijn eigen stijl. Maar je doet wel ideeën en inspiratie op als je werk van anderen leest.

Schrijftip 3: Tegenwoordige tijd of verleden tijd?

Beginnende schrijvers maken graag gebruik van de tegenwoordige tijd. Er is vast nog nooit uitgezocht hoe dat komt, maar het is wel een feit. Het verdient echter aanbeveling om in de verleden tijd te schrijven. Dat komt veel aangenamer over. Probeer het zelf maar eens uit.

Of pak een paar willekeurige boeken en lees alleen de eerste regels. Je zult zien dat ze allemaal – een enkele uitzondering daargelaten – in de verleden tijd zijn geschreven.

Schrijftip 4: De verschrikkelijke eerste zin…

Hierboven hadden we het over het lezen van de eerste regels van diverse boeken. Dat is ook nuttig wanneer je zelf worstelt met de eerste woorden van wat straks een volledig manuscript moet worden. Die eerste zin! Daar worstelen ook de allergrootste schrijvers nog mee. Er wordt wel eens gezegd dat de ene zin de andere bijna als vanzelf opvolgt. Alles leuk een aardig, maar dan moet je wel een begin hebben en dat is uiteraard je eerste zin.

Is daar wel een schrijftip voor te geven? Ja. Vrijwel iedereen werkt op een computer. Zolang je nog niets geschreven hebt, zit je dus naar een hagelwit scherm te turen. Als het niet lukt met je start, zou je het eens met een doodgewone balpen en een vel papier kunnen proberen. Met een pen en een blocnote kun je overal gaan zitten en ben je niet gebonden aan de werkplek waar je computer staat.

Die eerste zin kan je zomaar te binnen schieten als je op de bank zit of als je op straat loopt! Even opschrijven en later bekijken of dit beginnetje echt goed genoeg is voor je boek. Het is sowieso handig om altijd en overal iets op te kunnen schrijven. Maar een smartphone kan ook uitkomst brengen. Spreek de tekst die in je is opgekomen gewoon even in… Heb je dan eindelijk je eigen eerste zin goedgekeurd, dan heb je in feite al een heleboel werk gedaan: het begin is er, de kop is eraf! En het is overigens helemaal niet zo gek om je eerste bladzijde ook met pen en papier te schrijven. Opeens krijg je het speciale gevoel dat het gaat lukken. Dat is de tijd om achter je scherm te kruipen en op de toetsen van je keyboard te gaan rammen!

Schrijftip 5: Let goed op de uitvoering van je manuscript!

Dit heeft even niets te maken met je creatieve talenten, het gaat hier om het voorkomen van foutjes die later lastig te herstellen zijn. Gelukkig is er de spellingcontrole op iedere computer, waar je natuurlijk gebruik van moet maken. Schrijffouten worden meestal al automatisch aangegeven. Wat lastig is voor uitgevers, is het verkeerd gebruiken van de aanhalingsteken en komma’s als het gaat om de dialogen. De stelregel is: Je begint en eindigt met een aanhalingsteken.

Het onderstaande is fout:

“Hallo”, zei hij “hoe gaat het met jou”?

Het moet zijn:

“Hallo,” zei hij, “hoe gaat het met jou?”

Als je door heel je manuscript heen de aanhalingstekens en komma’s niet op de juiste plaats zet, heeft een corrector er een hele kluif aan om alles in orde te maken.

Ook hierbij is het weer belangrijk er even een goed boek bij te pakken. Je kunt er op rekenen dat alle aanhalingstekens en komma’s daar goed staan en daar kun je dus van leren.

Schrijftip 6: Uit hoeveel woorden zal je boek bestaan?

Hoera voor de woordenteller op je computer! Vroeger telden uitgevers het aantal woorden van een paar pagina’s. Dan rekende ze uit hoeveel woorden er gemiddeld op een bladzijde stonden en vermenigvuldigden dat met het aantal pagina’s waaruit het manuscript bestond. Zo wisten zij vrij nauwkeurig het aantal woorden te bepalen – zodat zij ook uit konden rekenen hoeveel pagina’s het gedrukte boek uiteindelijk zou tellen (waarvoor zij een bepaald lettertype uitzochten en de zetspiegel bepaalden). De zetspiegel is het bedrukte deel van de pagina.

Hoeveel woorden krijgt je boek? Tja, als je alles verteld hebt, is je boek natuurlijk klaar. Of het nu tienduizend woorden zijn geworden of honderdduizend. Wel is het zo, dat de meeste boeken tussen de zeventigduizend en tachtigduizend woorden bevatten. Vanaf dat aantal kun je gerust verder gaan – dan wordt je boek steeds dikker. De woordenteller op je computer houdt het allemaal geduldig voor je bij.

Schrijftip 7: De woordenteller heeft een extra voordeel!

Discipline is een belangrijke eigenschap voor een schrijver. Heb je eenmaal een goed ritme te pakken, probeer dat dan vol te houden. Schrijf bijvoorbeeld vijf dagen per week een vast aantal woorden. Daar kun je die handige woordenteller uiteraard weer goed bij gebruiken. Voor de ene schrijver zijn tweehonderdvijftig woorden per dag al een hele kluif, voor andere auteurs is dan tien keer zo veel, vijfentwintighonderd woorden. Maar duizend of vijftienhonderd is eerlijk gezegd ook al veel. Op een gegeven moment kom je er zelf achter wat je persoonlijke gemiddelde is. Probeer je daar dan aan te houden. Stop niet met schrijven tot je dat gemiddelde hebt gehaald en schrijf als het even kan nog wat meer.

Slechts honderd woorden per dag? Waarom niet? Het ligt er immers ook maar aan hoe veel tijd je hebt. Er zijn trouwens heel veel beroepsschrijvers die alleen ’s morgens of alleen ’s middags aan het werk gaan. En dan zijn er ook nog schrijvers die de stilte van de kleine uurtjes benutten – die schrijven bij voorkeur als het nacht is.

Schrijftip 8: Wat zijn de ideale omstandigheden voor het schrijven van een boek?

Hierboven hadden we het al over de tijdstippen waarop je kunt schrijven. ’s Morgens, ’s middags of de hele dag – of toch liever ’s nachts? Het zal duidelijk zijn dat je wilt werken onder de meest ideale omstandigheden. Die kunnen voor iedereen verschillend zijn. Er zijn auteurs die alleen goed functioneren bij keiharde muziek, omdat dan alle geluiden van buitenaf hen dan niet kunnen bereiken.

Alle mogelijke werkplekken kunnen ideaal zijn, van een eigen kantoor tot een zolderkamer. Het mooiste werk kan ontstaan aan de keukentafel. Beroemde schrijvers werkten in een piepklein schuurtje of tuinhuisje. En dan zijn er auteurs die altijd en overal kunnen schrijven, zelfs op hun vakantieadres, wachtend op de trein of met een laptop op het strand. Probeer zelf uit waar je je het meest op je gemak voelt en richt daar je eigen plekje in!

Schrijftip 9: Van te voren research plegen of al schrijvend uitzoeken?

Dit is ook weer voor iedere schrijver verschillend. Veel verhalen vragen om kennis van zaken. Het is daarom altijd een enorm voordeel als je gaat schrijven over iets waar je sowieso al veel van weet. Stuit je op belangrijke onderwerpen die je wilt behandelen terwijl je er eigenlijk weinig verstand van hebt, dan moet je research plegen. Je kunt van te voren alles uitpluizen en belangrijke dingen noteren. Dat geeft je direct houvast wanneer je al schrijvend op het punt komt waarop deze informatie gespuid moet worden. Je kunt ook research plegen op het moment waarop je bepaalde dingen duidelijk moet maken. Dit laatste is uiteraard avontuurlijker, terwijl je wel zekerder van je zaak bent wanneer je alles van tevoren al hebt uitgeplozen. Hoe dan ook, het internet is geduldig. Je kunt het wereldwijde web afstruinen wanneer je daar behoefte aan hebt.

Schrijftip 10: Maar… het internet is niet altijd voldoende!

Als je zelf schrijft, ben je ongetwijfeld ook een echte liefhebber van boeken. Dan zal je ook wel weten dat boeken (naslagwerken!) onontbeerlijk zijn als je over bepaalde zaken de meest bijzondere feitjes te weten wilt komen. Het internet brengt in de meeste gevallen uitkomst, maar dikke boeken horen er ook bij. Informatie zoeken op internet en in boeken zijn twee verschillende dingen die allebei hun eigen grote nut hebben. En het zijn vooral boeken waarin je tal van wetenswaardigheden kunt vinden die nergens anders beschreven staan – dus ook niet op internet. Maak slim gebruik van zowel internet als naslagwerken om alle weetjes te vergaren die je nodig denkt te hebben voor je eigen boek.

Schrijftip 11: Leg de lat niet extreem hoog…

Waargebeurd! Een beroemde schrijfster zat tegenover een beroemde chirurg.

“Weet je,” zei de chirurg, “als ik eenmaal de pensioengerechtigde leeftijd heb bereikt, ga ik een boek schrijven.”

“Maar natuurlijk!” riep de schrijfster uit. “En als ik zo oud ben, dan ga ik als chirurg werken!”

Waarmee zij bedoelde dat schrijven net zo’n gespecialiseerd beroep is als chirurg; zij had er een heel leven over gedaan om haar hoge niveau te kunnen bereiken en vond niet dat het eerste het beste boek van een gepensioneerde chirurg vergeleken kon worden met haar werk.

Okay, van haar kant had ze waarschijnlijk best gelijk, maar niet iedereen die een boek schrijft is er op uit om een literair meesterwerk te creëren. Sterker nog, de meeste mensen die uit liefhebberij gaan schrijven hebben helemaal geen grote literaire aspiraties. Leg de lat niet te hoog, ga gewoon aan de slag. Wie weet is het resultaat wel degelijk van een bijzonder hoog niveau, wie zal het zeggen? Het gaat er in de eerste plaats om dat je plezier hebt in het schrijven. Want schrijven in alle mogelijke vormen, van gedichten tot romans, is voor talloze mensen een geweldige hobby. En laten we wat dat betreft dit niet vergeten: iedere soldaat heeft een maarschalksstaf in zijn raadsel – iedereen heeft de kans door inspanning zijn hoogste doel te bereiken! En die niet waagt, die niet wint, dus… aan de slag!

Schrijftip 12: Praten of niet praten?

Je bent al halverwege je manuscript en opeens weet je het niet meer. Hoe ga je verder? Je wilt wel verder, heel graag zelfs, maar het gaat gewoon niet. Muurvast zit je. Wat moet je nu doen? Er zijn schrijvers die het hoe dan ook zelf op willen lossen. Daar hebben zij ook een reden voor. Als zij aan iemand gaan vertellen waar hun boek over gaat, hoe alles in elkaar zit en wat het karakter van de verschillende personage is, gaat voor hen de spanning er van af en vinden zij het verder schrijven helemaal niet leuk meer. Dat zijn de mensen die geduldig zullen moeten afwachten tot de inspiratie weer op gang komt.

Dat gebeurt vaak genoeg, hoor, dan weten zij opeens weer hoe het allemaal verder moet. Wie daar niet op wil wachten, kan misschien toch beter iemand in vertrouwen nemen en van gedachten wisselen over het boek. Het is op zich al goed om je hart eens goed te luchten en al pratend kom je wellicht zelf al weer op nieuwe ideeën. En wie weet krijg je advies waar je echt iets aan hebt en worden er dingen geopperd waar je zelf nog niet aan hebt gedacht. Schrijven is een eenzame bezigheid, dus is het misschien juist wel goed om eens een diepgaand gesprek met een ander te hebben over alle waar je in je eentje zo hard aan werkt.

Schrijftip 13: Werken als een copywriter op een reclamebureau!

Wil je commercieel schrijven, een hit scoren, een zo groot mogelijk publiek bereiken? Dan kun je veel leren van doorgewinterde copywriters die hun hits schrijven voor de klanten van reclamebureaus. Voordat zij beginnen, stellen zij zichzelf een aantal vragen. Voor wie wil ik schrijven? Voor welke doelgroep werk ik? Wat wil ik hen vertellen? Hoe wil ik het vertellen? Hoe kan ik deze doelgroep het best bereiken? Als je eenmaal voor ogen hebt ‘wie je lezer is’, kun je doelgericht te werk gaan. Want als je weet voor wie je schrijft, weet je niet alleen wat je wèl moet schrijven, maar vooral ook wat je juist niet moet schrijven!

Er zijn overigens veel auteurs die zich nooit afvragen voor welk publiek zij eigenlijk schrijven; zij vertellen gewoon, op hun eigen manier, hun verhaal.

Andere auteurs maken wel degelijk een profiel van hun ‘gemiddelde lezer’ en houden daar rekening mee tijdens het schrijven.

In ieder geval kan het nooit kwaad je werk kritisch als een copywriter te bekijken!

Lees wat dat betreft maar eens een groot aantal reclameteksten in kranten, weekbladen en maandbladen en probeer er achter te komen waarom de copywriter nu juist die specifieke woorden heeft gebruikt om zijn doel (aandacht, kooplust, naamsbekendheid verkrijgen etc. te bereiken.

Schrijftip 14: Applaus voor jezelf!

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat schrijven een eenzame bezigheid is (zie Schrijftip 12). Even rustig achteroverleunen en kijken naar al het werk dat je al hebt gedaan, geef je meteen meer zelfvertrouwen. Want alles wat je al hebt opgeschreven kan niemand je ooit nog afnemen (eh… als je tenminste steeds zo verstandig bent geweest om je werk op te slaan op bijvoorbeeld een usb stick, in the cloud of op een externe schijf etc.). Je mag best eens symbolisch voor jezelf applaudisseren! Je hebt een flink aantal zinnen geschreven en dat is iets om trots op te zijn. Applaus voor jezelf zorgt er voor dat je minder gaat twijfelen. Geloof in jezelf en wees blij met je werk. Schrijven is leuk!

Schrijftip 15: Neem afstand als het even niet gaat.

We hebben het al gehad over ijzeren discipline. Over werken op vaste tijdstippen. Over concentreren op je werk. Toch zullen er momenten zijn waarop het allemaal niet wil lukken. Wat je ook doet, wat je ook verzint, er komt geen letter op papier of op het scherm. Daar moet je ook me leren leven, want het zal vaker voorkomen. Het heeft dan geen zin de boel te gaan forceren.

Wie zich onmogelijk kan concentreren, zal geen goede teksten kunnen produceren. Dan moet je gewoon je werkplek verlaten. Neem letterlijk afstand als het schrijven niet wil lukken. Want je weet zelf ook wel dat het een andere keer wel goed zal gaan. Blijven zitten en op je papier of naar je scherm staren zonder resultaat is nodeloos tijdverlies. Je kunt dan veel beter iets anders gaan doen. En ja hoor, de volgende dag zit je weer op je plek en dan schrijf je ineens de allermooiste zinnen…

Schrijftip 16: Probeer oorspronkelijk te zijn.

Veel lezen is belangrijk. Al is het alleen maar om te weten wat er wel en niet is geschreven over onderwerpen die je zelf wilt gebruiken. Want het is mooi om oorspronkelijk werk te leveren. Geen slappe kopie van iets wat gevestigde auteurs al uitgebreid hebben beschreven, maar je eigen, originele kijk op de dingen. Met andere woorden: probeer zo oorspronkelijk mogelijk te zijn. Meeliften op het succes van een ander laat je altijd de mindere zijn, je bent en blijft dan een imitator en je blijft in de schaduw staan van degene die het echte grote werk heeft gemaakt. Goed uitgevoerde, frisse ideeën hebben veel meer kansen dan het werk van na-apers.

Schrijftip 17: Breng variatie aan!

Als je pagina na pagina doorgaat over hetzelfde onderwerp, kun je verwachten dat je lezers je boek dichtslaan en het nooit meer zullen openen. Doordrammen is niet gewenst. Het is zaak dat je variatie aanbrengt in je verhaal. Vooral als je fictie schrijft, is het goed om aldoor te onthouden dat je je lezers moet entertainen. Misschien is het wat dat betreft wel handig om van te voren een schema te maken voor je boek. Geef puntsgewijs aan wat er gaat gebeuren en breng dan de variaties al aan. Je schema is overigens alleen een houvast, je hoeft je er niet exact aan te houden. Zorg er in ieder geval voor dat degene die jouw werk straks gaat lezen zich niet zal gaan vervelen!

Schrijftip 18: Zie het voor je!

Als je een bepaalde scène gaat beschrijven, is het heel goed om die voor je geestesoog voorbij te laten trekken. Om het duidelijker te zeggen: je zou het gebeuren voor je moeten kunnen zien als een scène uit een film. Er zijn auteurs die alles wat zij willen vertellen zo glashelders voor zich zien, dat zij de situatie tot in details kunnen beschrijven. Schrijvers van filmscripts hebben een perfect beeld in hun hoofd van elke situatie. Wie bijvoorbeeld scenario’s schrijft voor stripverhalen, moet de plaatjes tot in detail voor zich zien – en het talent hebben om dat zo aan de tekenaar uit te leggen dat hij precies begrijpt wat de bedoeling is.

Voor romanschrijvers werkt het ook. Een extra tip: zoek naar foto’s op het internet die de situatie die je wilt beschrijven dicht benaderen. Maak er een kopie van en leg die naast je neer terwijl je gaat schrijven. Je wil bijvoorbeeld het interieur van een bankgebouw beschrijven uit 1930 of een kasteel uit de middeleeuwen, een museum voor moderne kunst of een penthouse in Manhattan. Een goede foto kan dan een uitstekende hulp zijn. Zie het voor je en beschrijf het…

Schrijftip 19: Hoofdpersonen en bijfiguren…

Voor je aan je boek begint, is het belangrijk om alle mensen die er in voorkomen te voorzien van hun specifieke karakters. Daarbij zullen de bijrollen minstens zo belangrijk zijn als de hoofdrollen. Bekend is het gegeven dat goed niet kan bestaan zonder slecht; voor de boekenschrijver betekent dat, dat de goedbedoelende hoofdpersoon pas echt uit de verf komt als er een minder aardig individu is waartegen hij het moet opnemen of waartegen hij zich kan afzetten. Soms dreigen hoofdpersonen zelfs een beetje saai te worden en zijn er bijfiguren nodig die voor de nodige humor en onverwachte wendingen moeten zorgen. Maak duidelijke profielen van alle figuren die een rol gaan spelen in je boek en wijk nooit af van de karakteristieke eigenschappen die je hen hebt gegeven.

Schrijftip 20: Alleen jij kent de waarheid…

Eén van de leukste dingen van het schrijven van een boek is natuurlijk dat jij – en niemand anders – de volledige regie voert. Alleen jij weet waar je heen wilt, alleen jij kent de waarheid. Dan geeft het veel voldoening wanneer je de lezers zo nu en dan volledig op het verkeerde been kunt zetten. Soms kun je iemand iets laten zeggen dat totaal onbelangrijk lijkt, terwijl het vijftig pagina’s verderop van levensbelang blijkt te zijn. Kijk eens naar tal van beroemde detectiveverhalen; de lezer meent precies te weten wie een moord heeft gepleegd, maar uiteindelijk zal de hoofdpersoon bekend maken dat het om een heel andere dader gaat. Besluit zulke belangrijke dingen van te voren en werk dan aan een verhaal waarin alle bewijzen worden versluierd. De spannendste boeken komen pas op de allerlaatste pagina’s met de oplossing voor alle problemen op de proppen!

Schrijftip 21: Durf jij je eigen teksten hardop te lezen?

Is wat je zojuist hebt geschreven wel goed genoeg? Of moeten er dingen geschrapt of bijgeschaafd worden? Durf jij je eigen teksten hardop te lezen? Dat is misschien vreemd om te doen, maar het helpt wel. Voorlezen aan een ander mag natuurlijk ook, dan krijg je er meteen een extra mening bij. Als je je teksten hardop leest, weet je dat je fout zit als je gaat hakkelen of er zelfs helemaal niet meer uit kan komen: de dingen staan verkeerd, de volgorde is niet goed – of de zinnen lopen gewoon niet lekker. Je zegt dan ook wel dat ze ‘niet goed bekken’. Hoog tijd om er iets aan te doen. Pas als je alles moeiteloos kunt oplezen, weet je dat je tekst in orde is.

Schrijftip 22: Ga bij jezelf te rade!

Je wilt een passage beschrijven waarin bepaalde problemen aan de orde komen die belangrijk zijn voor het verdere verloop van je verhaal. Op de een of andere manier kom je er niet uit en weet je niet precies wat je de verschillende personages moet laten doen of laten zeggen. Hoe los je dat op? Ga er even rustig voor zitten en betrek de situatie op jezelf. Met andere woorden: ga eens na hoe jijzelf zou reageren als je met het probleem uit je boek geconfronteerd zou worden. Dan kunnen de dingen ineens heel makkelijk lijken. Probeer je in te leven in de situatie en speel met de verschillende mogelijkheden, kijk of de manier waarop je iets in werkelijkheid zou oplossen ook past in je verhaal!

Schrijftip 23: De cliffhanger…

Een cliffhanger wordt vooral veel gebruikt in televisiesoaps. Aan het einde van een aflevering gebeurt iets dat spanning oproept. Wat gaat er gebeuren? Hoe moet dit aflopen? Tja, dat weet je pas wanneer je de volgende aflevering kunt bekijken. Iemand staat op het dak van een hoge flat, op het randje… en kijkt naar beneden. Gaat hij springen? Het lijkt er wel op. Je weet het niet zeker, je kunt er slechts naar gissen. Iemand doet een deur open en zijn ogen worden groot van verbazing. Wie heeft er aangebeld? Even wachten tot morgen, dan pas wordt het allemaal duidelijk.

Deze slimme manier om kijkers aan je serie te binden werkt ook in boeken. Eindig een hoofdstuk met een echte cliffhanger en… begin in het volgende hoofdstuk over iets heel anders. Pas later ga je er op door en beschrijf je het vervolg van de spannende situatie. Het wordt allemaal natuurlijk extra mooi wanneer je dan met iets komt waar niemand aan heeft durven denken!

Schrijftip 24: Zou jij je eigen boek kopen?

Dit lijkt een gewetensvraag… Je bent in een boekwinkel en tussen talloze titels zie je ook je eigen werk liggen. Wees eens eerlijk, zou jij je eigen boek kopen? Je hoeft die vraag niet te beantwoorden, maar hou er bij het schrijven van je verhaal (fictie of non-fiction) voortdurend rekening mee of je alles zelf interessant genoeg blijft vinden. En dan hebben we het alleen nog maar over de tekst – laten we wat dat betreft ook de cover niet vergeten!

De cover van je boek moet jouw bedoeling voor honderd procent duidelijk maken. Met andere woorden: de verpakking van je boek is net zo belangrijk als de inhoud. Dit is de mooiste situatie: iemand ziet je boek liggen, pakt het op en bewondert de schitterende cover. Hij koopt het boek en als hij het helemaal gelezen heeft, is hij tevreden over zijn keuze. Dat is de kroon op je werk. Een lezer die heeft genoten van wat jij hebt geschreven.

Schrijftip 25: Synopsis en tekst voor de achterkant.

Je werk is klaar. Je hebt een boek geschreven van zo’n slordige tachtigduizend woorden. Maar achteroverleunen is er nog niet bij. Er moet nog een synopsis komen (een korte inhoud, waarin exact wordt uitgelegd waar je boek over gaat) en dan moet er natuurlijk ook nog een pakkende tekst voor de achterkant van je boek komen. Alle auteurs, professionals en hobbyschrijvers, hebben daar de grootste moeite mee.

Vandaar deze zeer belangrijke tip: maak na het schrijven van ieder hoofdstuk, als alles nog vers in het geheugen ligt, een aantekening – een ultra korte beschrijving van de gebeurtenissen. Voeg later alles bij elkaar, schrap hier en daar nog wat en klaar is je synopsis! Noteer tijdens het schrijfproces alvast een paar belangrijke dingen over de inhoud van je boek. Al die korte notities bij elkaar helpen je later om de tekst voor de achterkant van je boek te schrijven.

Veel succes met je schrijfwerkzaamheden! Wij hopen dat de tips voor het schrijven van een boek je meer inzicht hebben gegeven.

Ben je al klaar voor het insturen van je manuscript en het uitgeven ervan? Onze website geeft je alle mogelijkheden van uitgeven helder uiteengezet.

Of je nu een startende/debuterende auteur bent of een door de wol geverfde auteur, je bent van harte welkom bij ons. Lees hier de verschillen tussen onze concepten van uitgeven en maak je keuze.

Vriendelijke groet,

Team Lecturium

Comment Section

0 reacties op “Tips voor het schrijven van een boek

Plaats een reactie


*


Phoenix WebsitePhoenix Website